Deluxe kamers

25 tot 35m2 met tweepersoonsbed, badkamer met jacuzzi en douche, plasmascherm, internetaansluiting, telefoon,…

Kamer 008: Marie Elisabeth d’Autriche (1680 – 1741)

marie-elisabeth-d-autriche

Maria-Elisabeth wordt in 1725 door haar broer keizer Karel VI als landvoogdes naar de Nederlanden gestuurd. In die tijd bevindt het zomerhuis van de gouverneurs in Mariemont zich in een erbarmelijke staat. Maria-Elisabeth beveelt het herstel ervan en er worden grote werken uitgevoerd. Zij verblijft er graag in de zomer en de herfst en gaat er vaak op jacht. Zij bezoekt ook regelmatig het kasteel van Escaille, residentie van de landsheer van Fayt, om er te vissen op de vijver. Dit verklaart de aanwezigheid van een steen op de oever die een van haar bezoeken in 1732 herdenkt.

Kamer 102 : Carondelet

carondelet

De familie Carondelet is afkomstig uit Noord-Frankrijk en komt in 1588 door een huwelijk aan het hoofd te staan van de heerlijkheid Haine-Saint-Pierre en La Hestre. De meeste van haar afstammelingen wijden zich aan een – soms prestigieuze – militaire loopbaan. Zodoende wordt François de Carondelet bekend door in 1780 te emigreren naar Amerika. Hij oefent er onder meer de functie van gouverneur van New Orleans uit. Hij sterft in 1807 in Quito, in Ecuador, waar hij commandant-generaal is. Een stad in de Verenidge Staten, in de buitenwijken van Saint-Louis (Missouri), draagt zijn naam. De laatste telg van dit geslacht laat rond 1785 in La Hestre, niet ver van het park van Mariemont, een kasteel bouwen in 1963 met de grond wordt gelijkgemaakt.

Kamer 201 : Carmelo Sita (Mammola 1911 – Fayt-lez-Manage 1997)

carmelo-sita

Carmelo Sita wordt op 14 juli 1911 geboren in Mammola, in Calabrië. Hij komt uit een familie van landbouwers en veetelers en groeit op in een landelijke en arme omgeving. Hij werkt er samen zijn ouders en sticht er een gezin van vijf kinderen. Net als veel van zijn landgenoten reageert hij op de oproep van België en trekt hij in 1947 alleen naar ons land om er te werken in de steenkoolmijnen van La Louvière. Hij laat één voor één zijn familie naar België overkomen, waar ze hun intrek nemen in zijn huis in de rue de Bellecourt in Fayt-lez-Manage. Na 12 jaar te hebben gewerkt in de steenkoolmijnen, laat zijn gezondheid het niet meer toe om dit zware werk uit te voeren. Op 48-jarige leeftijd zit er voor hem dan ook niets anders op dan op zoek te gaan naar een andere baan om zijn gezin te kunnen onderhouden. Hij moet terugdenken aan zijn jeugdjaren en in een nostalgische bui koopt hij een koe en enkele schapen en begint hij in de achterkeuken van de woning kaas te produceren. Carmelo weet van aanpakken en zijn kaas kent een groot succes… Hij koopt een pachthoeve en verhoogt de productie. De verse ricotta van Carmelo Sita maakt furore in heel België. Carmelo moet voortdurend op andere plaatsen melk kopen om tegemoet te kunnen komen aan de vraag. In 1976 neemt Carmelo Sita zijn intrek in de voormalige brouwerij in de rue de la Croyère. De kaasproductie wordt uitgebreid, evenals de invoer van de andere Italiaanse kazen. Carmelo benut zijn commercieel talent ten volle en richt de kaaswinkel en de onderneming Sita op… Dit familiebedrijf breidt vandaag nog verder uit personen in dienst. Het is dankzij Carmelo Sita, zijn kennis van zaken en zijn eerste koe dat Sita vandaag bestaat en is uitgegroeid tot een bloeiende onderneming.

Kamer 202 : Gustave Boel (Houdeng-Goegnies 1837 – Bruxelles 1912)

gustave-boel

Gustave Boël wordt geboren in een landbouwersgezin. Hij gaat naar de industrieschool van Houdeng-Goegnies en gaat vervolgens aan de slag in het Bedrijf ‘Forges, fonderies et laminoirs d’Ernest Boucquéau’ dat in 1853 wordt opgericht. Hij wordt er werkbaas en vervolgens directeur. In 1865 redt hij zijn baas van het faillissement door samen met de boekhouder van de fabriek financiële middelen te verzamelen. Als blijk van dankbaarheid stelt Boucquéau, die in 1880 overlijdt, Boël aan als erfgenaam. Als baas moderniseert Gustave Boël de machines. De fabriek waar duizende arbeiders en bedienden uit de streek zullen werken, is voortaan een belangrijke industriële pool. Hij zal echter pas in 1928 worden omgedoopt tot ‘Usines Gustave Boël’, lang na de dood van de grootindustrieel. Gustave zal kort burgemeester van La Louvière (1883) zijn en voor langere periode liberaal senator (1883-1884 en 1892-1912). Het bedrijf zal generaties lang in handen zijn van de familie Boël. In 1997 moeten zijn door de recessie het bedrijf helaas verkopen aan het Nederlandse Hoogovens, dat het twee jaar later overlaat aan het Italiaans-Zwitserse bedrijf Duferco. Gustave Boël is ook bekend doordat hij als eerste in België arbeiders en bedienden leit meedelen in de winst.

Kamer 204 : Augustin Gilson (Saint-Vaast 1848 – La Louvière 1921)

augustin-gilson

Augustin Gilson is zoon van een hoefsmid. Hij werkt eerst als handelaar alvorens in 1883 het bedrijf “Boulonneries de la Croyère” in Bois-d’Haine op te richten. In 1903 slaat de fabriek, die op dat moment in volle bloei is, een nieuwe weg in met de installatie van walsen en ze breidt nog verder uit. In 1908 begint de onderneming ook met het produceren van hoefijzers. In 1910 verandert ze definitief van naam en wordt ze omgedoopt tot “”S.A. des Usines Gilson”. Augustin Gilson is ook geïnteresseerd in de gemeentepolitiek van La Louvière. Na eerst de functie van liberaal gemeenteraadslid en vervolgens die van schepen te hebben bekleed, is hij van 1891 tot 1895 burgemeester van de “Wolvenstad”. Hij is tevens één van de medeoprichters van een kredietmaatschappij voor de aankoop van arbeiderswoningen. Zijn opvolgers zullen tot aan de sluiting in 1965 blijven vechten voor het voortbestaan van de onderneming, die op dat moment bijna 1500 mensen terwerkstelde.

Kamer 208 : François Isidore Dupont (Seneffe 1780 – Fayt 1838)

francois-isidore-dupont

François-Isidore Dupont is wellicht een van de grote pioniers van de industrialisering van de Centrumregio. Als zoon van een landbouwer-molenaar blijkt hij al op erg jonge leeftijd talent te hebben voor mechanica. Hij vestigt zich rond 1800 in Fayt en richt er langs de steenweg een spijkerfabriek op, die hij twintig jaar later ombouwt tot een groot staalbedrijf uitgerust met de meest geavanceerde technologieën uit die tijd. Hij is eveneens eigenaar van fabrieken in Arquennes en Châtelineau. Samen met Cockerill wordt hij gevraagd om een deel van de rails te vervaardigen van de eerste spoorlijn van het land – en van West-Europa – die in 1835 wordt geopend tussen Mechelen en Brussel. Van 1819 tot 1830 is hij burgemeester van Fayt. In 1833 wordt hij eigenaar van het kasteel van Escaille, dat hij volledig ombouwt om de vochtproblemen te verhelpen die de voormalige landsheerwoning onbewoonbaar maken. Hij zal er echter slechts enkel maanden wonen en overlijdt er in april 1838. Zijn weduwe blijft er echter wonen tot aan haar dood in 1844.

Kamer 210 : Rodolphe Parmentier (Fayt 1881 – Manage 1963)

rodolphe-parmentier

Rodolphe Parmentier is zoon van een industrieel uit Fayt van wie een voorouder aan de basis lag van de oprichting van Anglo-Franco-Belge, een mythische fabriek die spoorwegmateriaal bouwde in de rue de la Croyère. Hij staat zelf aan het hoofd van een klein bedrijf in Manage en is vooral bekend voor zijn literair talent. Hij is auteur van verschillende novelles en theaterstukken. Zijn belangrijkste held, Jean Lariguette, werd niet zo bekend als Toine Culot van Arthur Masson, maar kende toch een kort gloriemoment tijdens het interbellum.

Overnachting in een Deluxe kamer : 99€

Wellness packet in een Deluxe kamer : 120€

Ontbijt buffet : 10€ per persoon / nacht

Ontbijt op kamer : 5€ supplement

Extra bed : 15€ / nacht